Typografie: De anatomie van letters

Typografie is overal. Van de apps op je telefoon, de verpakkingen in de supermarkt en de brieven van de belastingdienst tot de ondertiteling van je favoriete serie op Netflix. Het is meer dan alleen tekstopmaak. Typografie is de kunst van het vormgeven, zetten, drukken en opmaken van tekst. Het maakt je tekst leesbaar, geeft context, laat letters sfeer en emotie uitstralen en kan er voor zorgen dat één woord een verhaal vertelt.

Dit is deel twee van een serie artikelen over typografie. Na het lezen van de serie weet je het verschil tussen kerning en tracking, ken je de anatomie van letters en kijk je nooit meer hetzelfde naar tekst.

Onderkast en bovenkast

Kapitaal of bovenkast is een grote letter of hoofdletter. De kapitaal staat aan het begin van een naam en zin of in afkortingen. Een kapitaal is dus niet per sé een hoofdletter, maar een hoofdletter is wel altijd een kapitaal.

Onderkast is het tegenovergestelde van bovenkast. De termen komen uit de tijd dat letters bewaard werden in een letterkast, waarbij kapitalen in de bovenkast lagen en kleine letters in de onderkast.

Anatomie

Onderkast en bovenkast hebben hun eigen anatomie. Hieronder wordt iedere term uitgelegd aan de hand van de afbeelding (leesrichting).

Basislijn: de onzichtbare lijn waar de letters op staan. (zie letter m)
Kapitaalhoogte: de hoogte van een hoofdletter boven de basislijn. (zie letter Z)
Staartlijn: de onzichtbare lijn waar de staartletter op staat. (zie letter p)
Stoklijn: de onzichtbare lijn die de hoogte aangeeft van de stok.
(zie letter h)

X-hoogte: de hoogte van onderkastletters zonder stok of staart. (zie letter x)
Stam: de verticale balk in een letter. (zie letter L)
Staart: gedeelte van een letter die onder de basislijn uitsteekt. (zie letter q)
Stok: gedeelte van een letter die boven de basislijn uitsteekt.
(zie letter h)

S-curve: de grootste curve van de letter ’s’, zowel onderkast als bovenkast. (zie letter S)
Been: een neerwaartse balk bij de letter ‘R’ en ‘K’. (zie letter K)
Arm: een horizontale balk die aan één of twee kanten niet verbonden is met de stam.
(zie letter E)
Dwarsbalk: een horizontale balk die twee balken met elkaar verbindt. (zie letter H)


Boog: een gebogen en gebolde balk van een letter. (zie letter P)
Schouder: de gebogen balk van onderkast letters ’n, ‘m’ en ‘h’. (zie letter n)
Uitloop: het einde van een balk die niet eindigt op een schreef. Een geknepen of gebogen uiteinde.(zie letter e)
Pons: volledig of gedeeltelijk omsloten ruimte binnen een letter. (zie letter o)


Apex/vertex: de scherpe punten waar de balken van letters samenkomen. Apex is aan de bovenkant, vertex aan de onderkant. (zie letter W)
Vlag: het einde van een balk zonder schreef. De overspannende kromming die je aantreft bij de letters ‘r’, ‘f’ en ‘a’. (zie letter f)
Buik: volledig gesloten afgerond gedeelte van een letter. (zie letter b)
Neerhaal: een diagonale dwarsbalk. (zie letter v)


Schreef: een horizontale of verticale streep die aan het einde van een letter uitsteekt. (zie letter l)
Stokschreef: de horizontale uiteinden aan de stokken van schreef-lettertypes. (zie letter h)
Oor: een smalle dwarsstreep die uitsteekt van de letter ‘g’. (zie letter g)
Link: de verbinding die de boven en onderkant van een ‘double story g’ met elkaar verbindt.
(zie letter g)