Typografie: kerning-tips

Typografie is overal. Van de apps op je telefoon, de verpakkingen in de supermarkt en de brieven van de belastingdienst tot de ondertiteling van je favoriete serie op Netflix. Het is meer dan alleen tekstopmaak. Typografie is de kunst van het vormgeven, zetten, drukken en opmaken van tekst. Het maakt je tekst leesbaar, geeft context, laat letters sfeer en emotie uitstralen en kan er voor zorgen dat één woord een verhaal vertelt.

Dit is deel vijf van een serie artikelen over typografie. Na het lezen van de serie weet je het verschil tussen kerning en tracking, ken je de anatomie van letters en kijk je nooit meer hetzelfde naar tekst.


Kerning

Er zijn verschillende manier om je tekst te kernen, bijvoorbeeld automatisch, maar de allerbeste manier is toch wel handmatig. Handmatig kernen kan best lastig zijn, zeker in het begin, daarom geef ik je een aantal tips die je kunnen helpen. Weet je niet wat kerning is? Lees dan eerst mijn vorige blog.

Kies een lettertype

Ieder lettertype vraagt om zijn eigen kerning. Wees er dus zeker van dat het lettertype dat je hebt gekozen ook het lettertype is dat je gaat gebruiken. Als je halverwege het kernen je lettertype veranderd, kun je weer opnieuw beginnen.

Eerst leading en tracking

Wil je de leading en tracking van je tekst aanpassen? Doe dit dan voordat je bezig gaat met de kerning. Doe je het na het kernen, dan heeft dit invloed op de aanpassingen die je al hebt gemaakt.

Gebruik de shortcut

In programma’s als Photoshop, Illustrator en Indesign vind je de kerning knop onder het deelvenster of knop “Teken”. Je kunt tussen twee letters staan en handmatig op de knop drukken, maar dit duurt natuurlijk te lang. De snelle en makkelijke manier is alt ingedrukt houden terwijl je het linker of rechter pijltje op je toetsenbord indrukt.

Ken de letter-relaties

Alle letters bestaan uit horizontale, verticale, diagonale of ronde lijnen. Zet twee letters naast elkaar en er ontstaat een relatie. De relatie tussen die letters bepaald de afstand/witruimte. Hier een ezelsbruggetje die je kan helpen:
Twee rechte letters zijn vrienden. Een rechte en een ronde letter zijn familie. Twee ronde letters zijn partners. (zie afbeelding)
Diagonale letters zijn buren. Ze wonen naast elkaar, maar de afstand kan variëren.

Van achter naar voor en weer terug

Ik kern mijn teksten altijd van achterstevoren en weer terug. Door je tekst eerst achterstevoren te kernen raak je minder snel afgeleid door wát er staat en ben je meer gefocust op hoe het er staat. Daarna kern ik nog eens van voor naar achter omdat het kernen van twee letters de kerning op een andere plek in je tekst kan laten verspringen. De tweede ronde is dus alleen om kleine aanpassingen te doen.

​​​​​​​Gebruik trucjes

Zie je het even niet meer omdat je al een tijdje bezig bent of omdat je een lastig lettertype hebt? Zet je tekst dan op de kop of knijp met je ogen. Neem ook af en toe pauze, met vierkante ogen is het lastig werken.

Oefenen, oefenen, oefenen.

Het ligt natuurlijk voor de hand, maar met heel veel oefenen en heel vaak doen wordt je beter. Wil je testen hoe goed je bent? Speel dan deze game: kerning game

Typografie: kerning, tracking en leading

Typografie is overal. Van de apps op je telefoon, de verpakkingen in de supermarkt en de brieven van de belastingdienst tot de ondertiteling van je favoriete serie op Netflix. Het is meer dan alleen tekstopmaak. Typografie is de kunst van het vormgeven, zetten, drukken en opmaken van tekst. Het maakt je tekst leesbaar, geeft context, laat letters sfeer en emotie uitstralen en kan er voor zorgen dat één woord een verhaal vertelt.

Dit is deel vier van een serie artikelen over typografie. Na het lezen van de serie weet je het verschil tussen kerning en tracking, ken je de anatomie van letters en kijk je nooit meer hetzelfde naar tekst.


Één van de belangrijkste onderdelen als het aankomt op typografie en tekstopmaak: de ruimte tussen de letters, woorden en zinnen. Oftewel kerning, tracking en leading.

Leading

Leading (of interlinie) is hoe je tekst in verticale lijnen is verdeeld. Als je een tekst met meerdere zinnen hebt, wil je dat de afstand tussen de zinnen de juiste ruimte heeft. Dit is belangrijk omdat een onjuiste leading de tekst onleesbaar kan maken.

Leading wordt gemeten van de basislijn van elke zin. Stokletters en staartletters vallen buiten de basislijn, dus daar moet je extra goed op letten als je de interlinie bepaald. Een te krappe leading zorgt er voor dat je stok- en staartletters elkaar aanraken. De vuistregel is dat leading ongeveer 20 procent groter is dan de lettergrootte. Bij een kleine lettergrootte is het verstandig om hier van af te wijken omdat teksten anders te compact worden en vermoeiend om te lezen.

Kerning

Met kerning (of overhang) pas je de ruimte tussen individuele letters aan. Kerning stamt af van het Engelse woord ‘corner’. Vroeger gebruikte men uit metaal gegoten letters in een drukpers. De letters hadden allemaal dezelfde witruimte eromheen, wat betekende dat letters zoals de ‘I’ meer witruimte heeft dan de ‘W’. Door hoekjes van de letters af te snijden, konden drukkers witruimtes laten overlappen waardoor de afstand tussen letters binnen een woord beter waren verdeeld.

Met kerning kun je de letters in een woord dicht bij elkaar of juist ver van elkaar zetten. Te krappe kerning plakt letters aan elkaar en te wijde kerning maakt woorden lastig om te lezen. Maar het ergste is wel de rommelige kerning, of afwezigheid ervan, waarbij letterafstanden variëren en woorden worden opgehakt.

Er zijn drie manieren van kerning: geen kerning, automatische kerning (metrisch of optisch) enmanuele kerning. Sommige lettertype-ontwerpers hebben een kerningbestand toegevoegd aan hun lettertype, waardoor je in programma’s als InDesign en Illustrator kunt kiezen voor metrische kerning. Toch raad ik aan je teksten manueel te kernen omdat niet alle lettertypes geschikt zijn voor automatische kerning. Dit vergt wel wat training, maar heb je het eenmaal onder de knie, dan zie je overal om je heen kerning-fouten.

Tracking

Tracking is het gelijkmatig aanpassen van de ruimte tussen letters binnen je selectie. De selectie (zin of woord) waarbij je de tracking aanpast krijgt dus tussen elke letter een gelijke afstand. Tracking is een snelle manier maar ook een onbetrouwbare manier om de witruimte tussen letters aan te passen. Je hebt minder controle over de witruimtes dan bij kerning en ik raad aan om na tracking je tekst nog aan te passen met kerning.

Typografie: in alle vormen en maten

Typografie is overal. Van de apps op je telefoon, de verpakkingen in de supermarkt en de brieven van de belastingdienst tot de ondertiteling van je favoriete serie op Netflix. Het is meer dan alleen tekstopmaak. Typografie is de kunst van het vormgeven, zetten, drukken en opmaken van tekst. Het maakt je tekst leesbaar, geeft context, laat letters sfeer en emotie uitstralen en kan er voor zorgen dat één woord een verhaal vertelt.

Dit is deel drie van een serie artikelen over typografie. Na het lezen van de serie weet je het verschil tussen kerning en tracking, ken je de anatomie van letters en kijk je nooit meer hetzelfde naar tekst.

Typeface of font?

De term font wordt vaak gebruikt voor wat eigenlijk een typeface is. In het Nederlands hebben we niet echt verschillende termen voor typeface en font en noemen we het allebei lettertype of lettersoort. Een Typeface is de term voor een familie van lettertypes, bijvoorbeeld Futura. Een font is een familielid binnen een typeface, bijvoorbeeld Futura condensed.

Vormen en maten

Van hairline tot en met ultra black: fonts komen in verschillende gewichten (weights). Sommigen van hen hebben ook een obliek (oblique/slanted) of italic versie. De oblique en italic lettertypes hellen allebei naar rechts, maar verschil tussen de twee is dat de oblique een schuingezette romein is en de italic een zijn eigen lettervormen heeft. Sommige typefaces hebben een condensed en wide font. Een condensed lettertype heeft smalle breedte-verhoudingen (width) en een wide lettertype een breed breedte-verhouding.

Veel typefaces komen met verschillende weights, oblique of italic en breedte-verhoudingen. Wil je graag Helvetica italic hairline en kun je dat lettertype nergens vinden? Dan raad ik aan opzoek te gaan naar een ander sans-serif typeface die wél een italic hairline bevat, want de makers hebben lang over hun letters nagedacht en er hard aan gewerkt. Van sleutelen aan goede typefaces en fonts komt weinig goeds.

Dikke, dunne, rechte, schuine, brede of smalle letters: respecteer hun vormen en maten!

Typografie: De anatomie van letters

Typografie is overal. Van de apps op je telefoon, de verpakkingen in de supermarkt en de brieven van de belastingdienst tot de ondertiteling van je favoriete serie op Netflix. Het is meer dan alleen tekstopmaak. Typografie is de kunst van het vormgeven, zetten, drukken en opmaken van tekst. Het maakt je tekst leesbaar, geeft context, laat letters sfeer en emotie uitstralen en kan er voor zorgen dat één woord een verhaal vertelt.

Dit is deel twee van een serie artikelen over typografie. Na het lezen van de serie weet je het verschil tussen kerning en tracking, ken je de anatomie van letters en kijk je nooit meer hetzelfde naar tekst.

Onderkast en bovenkast

Kapitaal of bovenkast is een grote letter of hoofdletter. De kapitaal staat aan het begin van een naam en zin of in afkortingen. Een kapitaal is dus niet per sé een hoofdletter, maar een hoofdletter is wel altijd een kapitaal.

Onderkast is het tegenovergestelde van bovenkast. De termen komen uit de tijd dat letters bewaard werden in een letterkast, waarbij kapitalen in de bovenkast lagen en kleine letters in de onderkast.

Anatomie

Onderkast en bovenkast hebben hun eigen anatomie. Hieronder wordt iedere term uitgelegd aan de hand van de afbeelding (leesrichting).

Basislijn: de onzichtbare lijn waar de letters op staan.
Kapitaalhoogte: de hoogte van een hoofdletter boven de basislijn.
Staartlijn: de onzichtbare lijn waar de staartletter op staat.
Stoklijn: de onzichtbare lijn die de hoogte aangeeft van de stok.
X-hoogte: de hoogte van onderkastletters zonder stok of staart.
Stam: de verticale balk in een letter.
Staart: gedeelte van een letter die onder de basislijn uitsteekt.
Stok: gedeelte van een letter die boven de basislijn uitsteekt.
S-curve: de grootste curve van de letter ’s’, zowel onderkast als bovenkast.
Been: een neerwaartse balk bij de letter ‘R’ en ‘K’.
Arm: een horizontale balk die aan één of twee kanten niet verbonden is met de stam.

Dwarsbalk: een horizontale balk die twee balken met elkaar verbindt.
Boog: Een gebogen en gebolde balk van een letter.
Schouder: de gebogen balk van onderkast letters ’n, ‘m’ en ‘h’.
Uitloop: Het einde van een balk die niet eindigt op een schreef.
Een geknepen of gebogen uiteinde.
Pons: volledig of gedeeltelijk omsloten ruimte binnen een letter.
Apex/vertex: de scherpe punten waar de balken van letters samenkomen. Apex is aan de bovenkant, vertex aan de onderkant.
Vlag: Het einde van een balk zonder schreef. De overspannende kromming die je aantreft bij de letters ‘r’, ‘f’ en ‘a’.
Buik: volledig gesloten afgerond gedeelte van een letter.
Neerhaal: Een diagonale dwarsbalk.
Schreef: een horizontale of verticale streep die aan het einde van een letter uitsteekt.
Stokschreef: de horizontale uiteinden aan de stokken van schreef-lettertypes.
Oor: een smalle dwarsstreep die uitsteekt van de letter ‘g’.
Link: de verbinding die de boven en onderkant van een ‘double story g’ met elkaar verbindt.

Typografie: een introductie

Typografie is overal. Van de apps op je telefoon, de verpakkingen in de supermarkt en de brieven van de belastingdienst tot de ondertiteling van je favoriete serie op Netflix. Het is meer dan alleen tekstopmaak. Typografie is de kunst van het vormgeven, zetten, drukken en opmaken van tekst. Het maakt je tekst leesbaar, geeft context, laat letters sfeer en emotie uitstralen en kan er voor zorgen dat één woord een verhaal vertelt.

Dit is deel één van een serie artikelen en een korte introductie over typografie. Na het lezen van de serie weet je het verschil tussen kerning en tracking, waarom een typeface en een font niet het zelfde zijn, ken je de anatomie van letters en kijk je nooit meer hetzelfde naar tekst.

Blackletter

De typografische geschiedenis begint rond 1445, toen Johannes Gutenberg met de drukpers kwam. De blokdruk, een techniek waarbij een hele bladzijde uit één blok werd gedrukt, bestond al wel. Het nadeel hiervan was als een bladzijde gecorrigeerd moest worden, er een compleet nieuw blok uitgesneden moest worden. Daarentegen gebruikte de drukpers losse letters. Een grote opgave voor Gutenberg, want dit betekende dat hij veel deel-technieken moest ontwikkelen.

Een voorbeeld daarvan zijn stempels, in staal gesneden letters in spiegelbeeld en daarmee de komst van het eerste lettertype: Blackletter. Het was een lettertype met dikke verticale strepen en dunne horizontale strepen en wordt ook wel omschreven als Gotisch schrift.

Roman type

Blackletter had één nadeel. Als boeken met dit lettertype gedrukt werden, waren ze lastig te lezen als de letters dicht tegen elkaar aanstonden. Eind 15e eeuw kwam Fransman Nicholas Jenson met het nieuwe lettertype ‘Roman Type’. De letters waren veel dunner, duidelijk te lezen en hadden een schreef. Een schreefletter heeft horizontale streepjes boven en onder elke letter en was gebaseerd op de tekst op oude Romeinse gebouwen.

Italics

Boekdrukken was in die tijd erg duur en om meer tekst op een pagina kwijt te kunnen, vond Aldus Manutius eind 15e eeuw de schuine variant van Roman Type uit, genaamd Italics. Dit was zo populair dat tegenwoordig nog steeds veel fonts een schuingedrukte, Italics, versie hebben.

Transitional type

John Baskerville creëerde in 1757 wat we nu Transitional type noemen. Een Roman-achtig lettertype met scherpe schreven en een groot contrast tussen dikke en dunnen lijnen.

Moderne Roman

Firmin Didot en Giambattista Bodoni ontwikkelden in 1780 de eerste moderne Roman lettertypes. De contrasten waren extreem vergeleken met voorgaande lettertypes.

Slab Serif

Vincent Figgins was de uitvinder van de Slab Serif en bracht zijn lettertype uit in 1817 onder de naam ‘Antique’.

Sans serif

Twee honderd jaar later introduceerde John Soane de schreefloze letter, een letter zonder de horizontale streepjes. Het lettertype werd maar even gebruikt en pas in 1816, toen William Caslon IV de schreefletters zat was, werd het schreefloze lettertype opnieuw geïntroduceerd. Dit font kwam later bekend te staan als Sans serif.

Goudy

Frederic Goudy werd in de jaren twintig ’s werelds eerste fulltime lettertype ontwerper. Onder andere Copperplate Gothic, Kennerley en Goudy Old Style zijn door hem gecreëerd.

Helvetica

Zwitserse ontwerp Max Miedinger ontwikkelde in 1957 het wereldberoemde en zeer geliefde lettertype Helvetica. Zijn terugkeer naar het minimalisme inspireerde andere ontwerpers, zoals de maker van Futura.

Je weet nu hoe de kunst van typografie is begonnen. Je kent lettertypes die de basis vormen voor de lettertypes die wij vandaag de dag om ons heen zien en gebruiken.