Typografie: een introductie

Typografie is overal. Van de apps op je telefoon, de verpakkingen in de supermarkt en de brieven van de belastingdienst tot de ondertiteling van je favoriete serie op Netflix. Het is meer dan alleen tekstopmaak. Typografie is de kunst van het vormgeven, zetten, drukken en opmaken van tekst. Het maakt je tekst leesbaar, geeft context, laat letters sfeer en emotie uitstralen en kan er voor zorgen dat één woord een verhaal vertelt.

Dit is deel één van een serie artikelen en een korte introductie over typografie. Na het lezen van de serie weet je het verschil tussen kerning en tracking, waarom een typeface en een font niet het zelfde zijn, ken je de anatomie van letters en kijk je nooit meer hetzelfde naar tekst.

Blackletter

De typografische geschiedenis begint rond 1445, toen Johannes Gutenberg met de drukpers kwam. De blokdruk, een techniek waarbij een hele bladzijde uit één blok werd gedrukt, bestond al wel. Het nadeel hiervan was als een bladzijde gecorrigeerd moest worden, er een compleet nieuw blok uitgesneden moest worden. Daarentegen gebruikte de drukpers losse letters. Een grote opgave voor Gutenberg, want dit betekende dat hij veel deel-technieken moest ontwikkelen.

Een voorbeeld daarvan zijn stempels, in staal gesneden letters in spiegelbeeld en daarmee de komst van het eerste lettertype: Blackletter. Het was een lettertype met dikke verticale strepen en dunne horizontale strepen en wordt ook wel omschreven als Gotisch schrift.

Roman type

Blackletter had één nadeel. Als boeken met dit lettertype gedrukt werden, waren ze lastig te lezen als de letters dicht tegen elkaar aanstonden. Eind 15e eeuw kwam Fransman Nicholas Jenson met het nieuwe lettertype ‘Roman Type’. De letters waren veel dunner, duidelijk te lezen en hadden een schreef. Een schreefletter heeft horizontale streepjes boven en onder elke letter en was gebaseerd op de tekst op oude Romeinse gebouwen.

Italics

Boekdrukken was in die tijd erg duur en om meer tekst op een pagina kwijt te kunnen, vond Aldus Manutius eind 15e eeuw de schuine variant van Roman Type uit, genaamd Italics. Dit was zo populair dat tegenwoordig nog steeds veel fonts een schuingedrukte, Italics, versie hebben.

Transitional type

John Baskerville creëerde in 1757 wat we nu Transitional type noemen. Een Roman-achtig lettertype met scherpe schreven en een groot contrast tussen dikke en dunnen lijnen.

Moderne Roman

Firmin Didot en Giambattista Bodoni ontwikkelden in 1780 de eerste moderne Roman lettertypes. De contrasten waren extreem vergeleken met voorgaande lettertypes.

Slab Serif

Vincent Figgins was de uitvinder van de Slab Serif en bracht zijn lettertype uit in 1817 onder de naam ‘Antique’.

Sans serif

Twee honderd jaar later introduceerde John Soane de schreefloze letter, een letter zonder de horizontale streepjes. Het lettertype werd maar even gebruikt en pas in 1816, toen William Caslon IV de schreefletters zat was, werd het schreefloze lettertype opnieuw geïntroduceerd. Dit font kwam later bekend te staan als Sans serif.

Goudy

Frederic Goudy werd in de jaren twintig ’s werelds eerste fulltime lettertype ontwerper. Onder andere Copperplate Gothic, Kennerley en Goudy Old Style zijn door hem gecreëerd.

Helvetica

Zwitserse ontwerp Max Miedinger ontwikkelde in 1957 het wereldberoemde en zeer geliefde lettertype Helvetica. Zijn terugkeer naar het minimalisme inspireerde andere ontwerpers, zoals de maker van Futura.

Je weet nu hoe de kunst van typografie is begonnen. Je kent lettertypes die de basis vormen voor de lettertypes die wij vandaag de dag om ons heen zien en gebruiken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *